1 januari 2021
Polly Translate
Voiced by Amazon Polly

Ik las laatst een keer dat men NIET weet hoe het komt dat de Maan, (en ik voeg de er aan toe) de ene keer groter lijkt dan de andere keer.
Is het niet heel simpel, de Maan of Zon lijkt het grootst wanneer ze laag aan de hemel staan. Je ziet de Maan of Zon dan in vergelijking met aardse objecten, bv een boom, een huis. Wat je de indruk geweest dat de Maan of Zon toch wel groot is. Staat de Maan of Zon hoog aan de hemel dan zie je ze ook ten opzichte van de hemel, en dus ten opzichte van heel veel ruimte,en dus lijken ze niet zo groot. Er is dan ook niets waar je ze mee kunt vergelijken. Heb ik gelijk..?!


    (Lees meer…………………..)

De omloopbaan van de maan om de is ellipsvormig. Op de onderstaande tekening zie je dat dit een verschil heeft van zo’n 50.000 kilometer. Dit betekent ruw gezegd een verschil van ca. 12%.  Oftewel 1/8 maal groter tussen de minimale en de maximale schijnbare grootte van de maan.



Je kunt dit zelf goed onderzoeken, door een stuk karton uit te knippen in de vorm van een cirkel. Bevestig deze op een vast punt voor je gezichtsveld. Je zal nu zien dat op verschillende dagen dat stuk karton de hele maan bedekt, of dat er nog een klein stukje van de rand te zien is.



Hetzelfde zie je ook bij zonsverduisteringen. Een totale verduistering is uiterst zeldzaam. Meestal ziet men zoals op bovenstaande foto nog een groot gedeelte van de Zon.


Zie ook :  Maan, hoe onstaan en waar bestaat het uit ? 


Een bijkomend aspect is dat hoe lager de maan of zon staat, hoe meer invloed onze atmosfeer uitoefent op het licht. Als de maan of zon recht boven ons staat reist het licht een kortere afstand door de aardatmosfeer. Staan ze nou heel laag, dan reist het licht wel een 3 tot 4 keer langere afstand door de atmosfeer. Hierdoor krijg je kleurverschil van het licht.


Maar om nu even serieus terug tekomen op jouw vraag : Je hebt helemaal gelijk met het feit dat de maan of de zon kleiner lijkt als ie hoog aan de hemel staat. Dit komt puur en alleen door het feit dat je geen referentiepunten hebt. Dit kun je heel gemakkelijk nagaan door met gestrekte arm de diameter van de zon of de maan tussen je vingers na te “meten”. Deze blijft gelijk, of de zon/maan nou hoog of laag aan de hemel staat.